|
Wat u de kinderen wel en
NIET met een hond mogen doen.
Algemeen
Een hond beschouwt een kind niet als zijn baas, maar hooguit als een
gelijke.
Daarom accepteert een hond bepaalde dingen wel van een volwassene,
maar niet van kinderen. Zijn reactie daarop kan zijn dat hij van zich
afbijt.
• Kinderen kunnen niet de
verantwoordelijkheid over een hond dragen. Dat betekent dat kinderen
tot 14 jaar niet zonder volwassene met een hond kunnen gaan wandelen,
en niet zonder risico's met een hond alleen kunnen worden gelaten.
• Kinderen mogen een hond
niet storen, terwijl hij eet/drinkt en wanneer hij slaapt.
• Kinderen mogen de hond
alleen commando's geven onder toezicht van een volwassene.
• Onder streng toezicht van
de ouders kunnen kinderen in sommige gevallen hond- en
kindvriendelijke spelletjes met de hond doen (zie punt 4 hierboven of
punt 6 hieronder). Dit alles echter alleen als het karakter van de
hond dit soort dingen toelaat.
• Kinderen mogen niet rennen
of gillen in nabijheid van een hond. Ook moeten ze hun handen laag
houden. Anders kan het zijn dat de hond juist naar hen toekomt en
tegen hen opspringt, denkend dat de kinderen willen spelen.
• Kinderen mogen een
aangelijnde hond alleen dan aaien, wanneer ze toestemming hebben
gevraagd, éérst aan de volwassene die het kind begeleidt, dán aan de
eigenaar/begeleider van de hond. Ze mogen de hond alleen onder zijn
oor kriebelen of aan de zijkanten aaien, richting staart. Een
niet-aangelijnde hond mogen ze aaien, wanneer ze eerst toestemming
hebben, zoals bij de aangelijnde hond, en dan alleen wanneer de hond
uit zichzelf naar het kind toekomt.
• Een kind dat er geen
behoefte aan heeft om een hond te aaien, kan een hond het beste
negeren. De hond zal zijn belangstelling voor het kind dan vlug laten
varen. Elke reactie op zijn aanwezigheid moedigt de hond alleen maar
aan om naar het kind toe te gaan.
Hond en kind
Hond en peuter
Als peuters gaan kruipen en lopen. Bedenk dat honden en mensen een
totaal verschillende "lichaamstaal" spreken. Honden kunnen alleen maar
op een hondse manier reageren, terwijl kleine kinderen geen flauw
benul hebben van dieren, hun reacties en de daaraan verbonden gevaren.
De verantwoordelijkheid voor het samen kunnen leven van honden en
kinderen ligt daarom geheel bij de volwassenen in het gezin.
De hond bezet de laagste
plaats in de rangorde, maar kleine kinderen zijn lichamelijk noch
geestelijk in staat de hond op deze lage rangorde te wijzen. Kinderen
staan slechts hoger in rangorde dankzij de aanwezigheid van de
roedelleiders (=de ouders).
Laat kleine kinderen nooit
alleen met honden, ook niet voor even!
Hond en kind
De hond moet uiteraard leren de aanwezigheid van (kleine) kinderen te
accepteren. Dit kan alleen als men de hond tegen kinderen in
bescherming neemt en daarnaast de hond duidelijk maakt wat wel mag met
kinderen en wat absoluut taboe is.
Maar ook de kinderen moeten
gelijk grenzen gesteld worden. Een hond is geen speelgoedbeest, er mag
niet aan gerukt en getrokken worden, er mag niet in geprikt worden en
er mag zeker niet geslagen worden. Ook mag het kind de hond niet in
het rond commanderen en tegen hem schreeuwen of zijn speelgoed
afpakken.
U, als ouder, moet het kind
leren nooit naar de hond toe te gaan, zeker niet als de hond ligt te
slapen, of op zijn plaats ligt. Dit verbod geldt trouwens voor alle
honden. De meeste ongelukken gebeuren als kinderen honden benaderen
die daar op dat moment niet van gediend zijn.
De hond moet op zijn beurt
leren, dat er niet tegen kinderen opgesprongen mag worden, dat ze niet
omver gelopen mogen worden en dat er geen speelgoed van de kinderen
afgepakt mag worden.
Als kinderen ouder worden en
meer inzicht krijgen in het gedrag van de hond, kan langzaam begonnen
worden het kind een plaats in de rangorde te bezorgen die hoger is dan
die van de hond. Onder begeleiding van de ouders kan het kind allerlei
rangbevestigende handelingen uitvoeren, zoals lichte
gehoorzaamheidsoefeningen.
Kort
overzicht wat u wel en wat u niet moet doen:
|
NIET DOEN |
WEL DOEN |
|
De hond wegsturen als het kind aandacht krijgt
|
Geef de hond aandacht of lekkers in het bijzijn van het kind |
|
Op de hond mopperen als hij interesse toont in een kind |
De hond verband laten leggen tussen 'kind' en 'leuk', door hem
bijvoorbeeld elke keer iets lekkers te geven als u gaat voeden of
verschonen, of door hem mee uit te nemen met de kinderwagen
|
|
De hond pas leren op zijn plaats (mand, bench) te blijven als het
kind al in huis is |
De hond al tijdens de zwangerschap een eigen veilige plek geven,
en rustig leren daar op commando naar toe te gaan en te blijven,
liefst met een lekker botje
|
|
Het kind naar de hond toe laten lopen of kruipen, zéker niet als
die in zijn mand ligt
|
De hond naar het kind toe laten komen om iets leuks te gaan doen
|
|
Het kind zich laten bemoeien met een hond die aan het eten is, of
een speeltje of kluif heeft |
Het (iets oudere) kind de hond uit de hand laten voeren, tenzij
de hond "baknijd" (grommen bij de voerbak) heeft of erg gespannen
is tijdens het eten
|
|
Kinderen hard laten schreeuwen en rennen in de buurt van de hond
|
Kinderen met de hond laten spelen door bijv. een zoekspelletje,
waarbij het kind een brokje mag verstoppen, dat de hond moet
zoeken. Beiden vinden het prachtig, voor de hond is het niet
bedreigend, en kind en hond krijgen een betere band
|
|
Kinderen over de grond laten kruipen in de buurt van de hond |
|
|
Het kind de hond laten aanstaren (dit vindt een hond bedreigend) |
Het kind leren langs de hond heen te kijken |
|
De kinderen alleen met de hond de straat op sturen |
De hond en de kinderen samen mee uit nemen voor een leuke
wandeling |
|
Het kind over de nek van de hond laten hangen |
Het kind leren de hond rustig over de borst te aaien |
|
Het kind de hond opdrachten laten geven |
Zorgen voor een leuk spelletje met kind en hond |
|
Een kind een vreemde hond laten aaien
|
Leer uw kind 3 regels voor het aaien van honden:
-
Eerst aan je
moeder of vader vragen (en als die er niet is: niet aaien!)
-
Dan aan de
baas van de hond vragen (en als die er niet is: niet aaien!)
-
Als je van
allebei mag aaien, steek voorzichtig je hand uit en kijk of de
hond naar je toekomt. Zo niet, dan heeft hij er geen zin in en
moet je hem met rust laten. Zo ja, kriebel hem dan rustig onder
zijn kin of op zijn borst. Aai hem niet over zijn kop, de meeste
honden vinden dat helemaal niet leuk
|
|
Een kind bang maken voor honden |
Leer een kind om te gaan met honden |
|
Het kind laten gillen of wegrennen als er een hond aankomt (hoe
harder het gilt of rent, hoe interessanter een hond het kind zal
vinden)
|
Leer een (bang) kind rustig stil te staan als er een hond
aankomt, en de andere kant op te kijken |
|
Het kind met zijn handjes naar de hond laten slaan, of de handjes
in de lucht laten steken
|
Leer een kind om de handjes in de zak of op de rug te houden (de
meeste honden weten uit ervaring dat er in handen vaak iets
lekkers zit, en zullen dus juist daar op afgaan. Bij handjes op de
rug zal een hond er misschien even aan ruiken, maar al snel zijn
interesse verliezen)
|
Laat
kinderen en honden NOOIT, maar dan ook ABSOLUUT NOOIT
met elkaar alleen!!! |